 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 | Rasstandaard |
|
|
De kenmerken en eigenschappen van de Dobermann
|
Groep: Pinschers en Schnauzers - Molossers en Zwitserse Sennenhonden FCI 143 Sectie 1.1
Gegevens herkomst: Eind negentiende eeuw ontwikkelde de Duitser Louis Dobermann dit ras. Ontstaan uit kruisingen van de Pinscher, de Manchester Terriër en deGreyhound. Algemeen voorkomen: Middelgroot, krachtig en gespierd gebouwd. Elegant belijnd lichaam, fiere houding, temperamentvol, vastberaden uitdrukking. Schofthoogte: reuen 68 - 72 cm, teven 63 - 68 cm Gewicht: reuen 40 - 45 kg, teven 32 - 35 kg Vacht: Kort, hard, glad en glanzend. Zwart of bruin met roestrode, en duidelijk omlijnde aftekeningen. Gebruik: Veel gebruikt als diensthond. Tevens geschikt als huishond, maar niet voor beginners. Gezondheid: Gemiddeld genomen gezond ras. De voornaamste vastgestelde erfelijke afwijkingen: oogafwijkingen, heupdysplasie, Wobbler-Syndroom, Von Willebrand-Syndroom. Aard: Van huis uit vriendelijk en vredelievend. Middelmatig temperament en middelmatige scherpte zijn vereist. Zelfverzekerd, onverschrokken. Bijzonderheden: De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten.
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |